23. Inertia

Soms zit ik vast.

Ik wil iets, maar ik kan niet de stap zetten het ook echt te doen. Ik zit op de bank en moet naar mijn bureau; lukt niet. Of: ik ben zo lekker bezig maar moet nu wel iets eten; lukt niet. Experts noemen dat autistische inertia (inertia kun je vertalen met luiheid, maar met luiheid heeft dit niks te maken; ik zeg dus inertia). Er zijn drie soorten:

  • Je kunt niet beginnen
  • Je kunt niet stoppen
  • Je kunt niet switchen

Ik ervaar alleen de eerste twee, met switchen heb ik geen moeite. Dit verhaal gaat over de eerste vorm: je kunt niet beginnen.

De tijd is dik slijm

Soms zit ik vast.

Meestal op een stoel of bank, met niks. Geen boek, geen bezigheid. Ik weet dat ik iets moet doen: werken, iets maken, iets in huis of boodschappen doen. Ik wil die dingen ook. Maar ik kan het niet. De tijd lijkt dik smerig slijm: ik lig eronder, kan niet bewegen, er is geen ontsnappen aan. Alles duurt eindeloos lang, niks gaat vooruit. Ik heb wel eens een dag zo vastgezeten. Nogal deprimerend.

Voor anderen ziet het eruit of ik lui ben. ‘Je kunt toch even de was opruimen?!’ Gesprekken erover lopen altijd uit de hand. Hoezo lukt dat niet? Iedereen kan was opruimen! Maar zo zit het niet: het is geen onwil, geen luiheid, geen duiken. Ik kan alleen niet bij de start knop.

Dit gebeurt meestal na een drukke periode: druk met werk, of sociaal druk. Het is een signaal van mezelf aan mezelf. Het is dus niet ‘Waarom de fuck is dit moeilijk?’ maar juist ‘Ah! Dit is overbelasting. Laat ik mezelf helpen.’

Toch starten

De beste manier om te starten is iemand ander die me belt of appt. Een klant bijvoorbeeld. Maar dat gebeurt niet altijd precies op het goede moment, dus: om toch te kunnen starten maak ik lijstjes en leg ik dingen klaar. Dit geweldige blog noemt dat een start ramp, een opritje.

  1. Maar wat dan precies? – Ik maak een lijstje met dingen om te doen. Er staan grote taken op, maar ook veel kleine. Of grote verdeeld in veel kleine. En koffie drinken of even iets tekenen, de poezen aaien en naar buiten kijken staan er ook op.
  2. Geen drempels – Ik leg spullen klaar: werkboek open, computer aan en aangesloten aan mijn scherm. Pen er bij. Tekenspullen ook.
  3. Een cue – Ik zorg voor een timer: als de koffie klaar is begin ik. Maar het kan ook een wekker zijn, of het einde van dit liedje.

En dan lukt het (meestal). Ik zit niet meer vast. Gogogo!

Meer inzichten in mijn autistische brein? Koop mijn graphic novel bij je lokale boekhandel of bij mijn fijne uitgever!


Geplaatst

Door

Tags: